Laatste update: 15/05/2017

PGD: wat, waarom en voor wie?

Als je kinderwens hebt en tegelijk een genetisch probleem, kan je in het UZ Brussel terecht voor een bijzondere behandeling: PGD of pre-implantatie genetische diagnose.

PGD houdt in dat embryo’s verkregen via in-vitrofertilisatie (IVF), eerst genetisch worden onderzocht en dan pas in de baarmoeder ‘teruggeplaatst’. 

PGD-expertise in UZ Brussel

De eerste PGD werd in 1990 in Groot-Brittannië uitgevoerd. Sindsdien wordt de techniek in gespecialiseerde centra wereldwijd toegepast. Sinds 1993 gebeurt dat ook in het UZ Brussel.
Onze PGD-kliniek is intussen uitgegroeid tot een van de meest toonaangevende in Europa.

Ook wat betreft het wetenschappelijk onderzoek naar kinderen geboren uit een PGD-behandeling staat het UZ Brussel aan de absolute top: als een van de weinige centra ter wereld hebben wij consequent alle baby’s opgevolgd die wij via deze behandeling op de wereld hebben helpen zetten. Voor de PGD-kliniek maakt deze postnatale follow-up onlosmakelijk deel uit van de behandeling.


Waarom PGD?

PGD kan je zien als een zeer vroege prenatale diagnose.
Als je het risico loopt om een erfelijke aandoening door te geven aan je kind(eren), kan je namelijk ook via een invasieve prenatale test (vlokkentest, vruchtwaterpunctie, navelstrengpunctie) te weten komen of de foetus de aandoening heeft geërfd.
We noemen dit ‘invasieve’ onderzoeken omdat we materiaal weg nemen (weefsel of vocht) uit de foetus, de baarmoeder of de placenta.

Bij PGD wordt die diagnose niet gesteld tijdens de zwangerschap, maar bij de in vitro ontstane embryo’s, nog voor er daarvan één (of meerdere) in de baarmoeder wordt (worden) teruggeplaatst. Je krijgt m.a.w. de kans om zwanger te worden zonder dat de toekomstige baby de genetische afwijking erft. Daardoor kan je de moeilijke beslissing vermijden om de zwangerschap al dan niet af te breken.

Indicaties

  • Een PGD-test kan gericht zijn op de opsporing van een afwijking ter hoogte van de chromosomen (aantal, structuur) of van één gen (in het geval van monogene aandoeningen). Het doel is om uit te maken welke embryo's aangetast zijn en welke niet: alleen die laatste plaatsen we terug in de baarmoeder.
  • Bij een X-gebonden aandoening (waarbij jongetjes een hoog risico lopen om de ziekte te erven) zal de PGD-test in bepaalde gevallen dienen om het geslacht van de embryo's te bepalen. Zo kan eventueel de geboorte van een jongen met de ziekte voorkomen worden.
  • Verder bestaat een bijzondere PGD-test, die om het weefseltype van het embryo te bepalen, ook HLA-typering genoemd.
    Die heeft als doel te onderzoeken welke embryo's hetzelfde weefseltype hebben als een bestaand ziek kind van dezelfde ouders. Kinderen met een bepaalde (dodelijke) bloed- of immuunziekte kunnen namelijk soms genezen worden dankzij de transplantatie van bloedstamcellen of beenmergcellen. Dat is alleen mogelijk als de getransplanteerde cellen HLA-compatibel zijn met de cellen van het zieke kind, zoniet zouden ze worden afgestoten.
    Een baby geboren uit een IVF-ICSI-behandeling met HLA-typering via PGD kan m.a.w. donor zijn om een ziek broertje of zusje te redden. Daarom wordt zo'n baby in de media ook wel 'saviour baby' of 'donorbaby' genoemd.

Lees meer over de verschillende soorten PGD-testen in het PGD-laboratorium.