Laatste update: 28/06/2017

Ondersteunende diensten

Wilt u als professioneel weten hoe u een staalaanvraag moet indienen en wat de specifieke vereisten zijn voor elke test?
Zie Wegwijs voor professionelen.
Voor meer informatie daarover kunt u ook telefonisch terecht bij het laboscretariaat


Staalbeheer

Nadat het labosecretariaat alle gegevens van patiënt en aanvrager heeft ingegeven, gaat het staal naar Staalbeheer. Deze afdeling zorgt ervoor dat elk staal op de juiste manier naar het
juiste labo gaat.

Het CMG voert trouwens niet alleen testen uit op stalen van eigen patiënten maar ook op stalen van andere genetische centra. Er bestaan zoveel genetische testen dat elk centrum zich specialiseert in specifieke testen.

De dienst Staalbeheer behandelt alle stalen die in het CMG toekomen, zij het prenatale of postnatale stalen of stalen in het kader van PGD.

  • Op basis van welk soort test aangevraagd wordt, bepalen de medewerkers welk staal naar welk labo moet. We onderscheiden drie soorten: chromosomale testen, moleculaire DNA-analyses en biochemische testen.
  • Verder controleren ze de hoeveelheid staal en de staat waarin het zich bevindt. Afwijkingen worden genoteerd in het dossier. Dat is belangrijk omdat kleine afwijkingen het resultaat van een test kunnen beïnvloeden.
  • Ook de bewaartijd speelt een rol bij de evaluatie: bloed dat bestemd is voor DNA-onderzoek kan langer bewaard worden dan een staal voor een cytogenetische (chromosomale) of een biochemische test. Die laatste twee vereisen de onmiddellijke verwerking van het staal.
  • Bloedstalen voor elk van deze drie types onderzoeken moeten (zoals aangegeven op het aanvraagformulier) afgenomen worden op een specifiek anticoagulans, bv. heparine of EDTA. De informatie daarover wordt aan het dossier toegevoegd, omdat een verkeerd anticoagulans het testresultaat kan beïnvloeden.
  • Als uit de evaluatie van Staalbeheer blijkt dat het staal niet voldoet aan de vereisten (het is bv. een verkeerd of te oud staal) of dat het niet bij de aanvraag is gevoegd, kan het labo-onderzoek niet van start gaan. Die informatie speelt de afdeling door aan het Labosecretariaat, dat op zijn beurt de aanvrager schriftelijk op de hoogte brengt van het probleem.
  • Daarna controleert Staalbeheer of het staal en de aanvraag compatibel zijn en kent het elk staal een uniek nummer toe.

  • <top>
Zodra de laboratoria de stalen ontvangen, moeten zij meteen met het onderzoek van start kunnen gaan. Daarom staat Staalbeheer ook in voor het gebruiksklaar maken ervan.

De meeste stalen die in het CMG toekomen zijn tubes met bloed. Ook biochemisch onderzoek gebeurt meestal op basis van witte bloedcellen.
Voor moleculair chromosomaal en DNA-onderzoek wordt DNA rechtstreeks uit het volbloed geïsoleerd.

De medewerkers bekomen DNA door aan het staal een oplossing (lysebuffer) toe te voegen die de celwand en celkern openbreekt (lyseert). Zo komt het chromosomaal (genomisch) en mitochondriaal DNA vrij. Vervolgens wordt het van de rest van het cellulaire materiaal gescheiden en herhaaldelijk gewassen tot het voldoende zuiver is. Dat proces verloopt voor het grootste aantal stalen (bloedstalen) d.m.v. een robot.

Tot slot worden sommige tests uitgevoerd op andere staaltypes of weefsels, wat specifieke, manuele DNA isolatieprocedures vereist.
Ook daarvoor staan de medewerkers van Staalbeheer in.

<top>