Laatste update: 29/06/2017

DNA

Het menselijk organisme wordt aangestuurd door een code die we DNA noemen, van het Engelse DesoxyriboNucleicAcid.
Die is in (bijna) al onze cellen aanwezig.

Desoxyribonucleïnezuur is een aaneenrijging (bij de mens) van miljarden nucleotiden (of basen) in een bepaalde volgorde. Het gaat om vier verschillende basen: adenine (A), cytosine (C), guanine (G), en thymine (T).

Ze zitten in een steeds wisselende opeenvolging vast op een keten van suikers en fosfaten en vormen zo een lange sliert.
Bovendien komen ze voor in paren en bindt elke base steeds met dezelfde andere base: 

  • A is altijd gekoppeld aan T (en T aan A);
  • C altijd aan G (en G aan C).

DNA bestaat m.a.w. uit een dubbele keten, die eruitziet als een opgerolde, spiraalvormige ladder. Elk koppel basen vormt een sport van die ladder. Dat is de zogeheten dubbele helixstructuur van DNA (zie figuur).
De aaneengeregen nucleotiden zorgen – per groepjes van drie (zie genen) – voor de vorming van alle aminozuren in ons lichaam. Aminozuren rijgen zich aaneen tot eiwitten, en die zijn dan weer noodzakelijk om cellen en weefsels te vormen of te vernieuwen.
  
Kortom: die lange DNA-code stuurt ons hele organisme aan en dus vormen die vier lettertjes de basis van alle menselijke leven.


Introductie DNA

Ons lichaam – elk lichaam, elk levend wezen – bestaat uit cellen, zoals een gebouw uit bakstenen. Bij mensen gaat het om vele miljoenen cellen, ergens in de buurt van tien biljoen (tien gevolgd door twaalf nullen).
Elke cel bevat een celkern met daarrond cytoplasma, dat wordt afgebakend door een celmembraan. In het cytoplasma bevinden zich verschillende celorganellen, o.a. mitochondriën (de energiefabriekjes van ons lichaam) en lysosomen (de 'afvalverwerking' in onze cellen). We komen daarop terug in het laboratorium Biochemie.
In de celkern bevindt zich het nucleair DNA (van nucleus, kern), in de mitochondriën het mitochondriaal DNA.

 

In ons DNA ligt de programmeercode opgeslagen die bepaalt hoe ons lichaam is/wordt opgebouwd en functioneert.
De DNA-code is voor elk levend wezen verschillend, behalve bij identieke tweelingen.

Toch delen mensen van dezelfde familie meestal meerdere kenmerken met elkaar: hun kleur van ogen of haar, hun lichaamsbouw, intelligentiegraad, aanleg voor bepaalde ziektes,...
Dat fenomeen hebben we aan onze genen te danken (soms te wijten).

Kortom, hoewel de genenkaart van alle mensen op aarde er bijna gelijk uitziet, maken kleine minimale verschillen elk van ons uniek. Tegelijk laten ze ons (ten dele) gelijken op onze bloedverwanten, met wie we bepaalde verschillen delen.
Die kleine maar specifieke DNA-mutaties, die zich binnen één familie bij verschillende leden kunnen voordoen, maken dat we sommige erfelijke ziektes precies kunnen traceren.

<top>