Laatste update: 15/05/2017

Medisch begeleide voortplanting (MBV) bij PGD: ICSI

Zodra de PGD-test klaar is, komt u opnieuw op consultatie bij de arts-geneticus en de fertiliteitsgynaecoloog. Die laatste schrijft een behandeling medische geassisteerde bevruchting (MBV) voor.
Daarna zie je de fertiliteitscounselor, die de hele MBV-behandeling met jou/jullie zal overlopen.


IVF/ICSI in een notendop

Bij in-vitrobevruchting wordt de eicel niet in de eileider bevrucht door de zaadcel, maar buiten het lichaam van de vrouw, in een schaaltje in het laboratorium (‘in vitro’ betekent ‘in glas’).
Bij PGD gebruiken we altijd ICSI als bevruchtingstechniek, d.w.z. we injecteren één zaadcel in elke eicel.

Daarna gaat het schaaltje in een broedstoof die de omstandigheden van de baarmoeder zo goed mogelijk nabootst.

We overlopen hierna kort de opeenvolgende stappen van een IVF/ICSI-behandeling.
(Een volledige beschrijving van de behandeling vindt u op www.crg.be)


Je natuurlijke menstruatiecyclus wordt tijdelijk vervangen door een medisch gecontroleerde. Tevens krijgt je hormonen toegediend om de eierstokken te stimuleren. De bedoeling is om zo veel mogelijk eicellen tot ontwikkeling te brengen.

Belangrijk! Instructies goed volgen

Tijdens de IVF-behandeling bestaat een klein risico op ovariële hyperstimulatie, waarbij zich vocht ophoopt in de buikholte. Soms is hospitalisatie nodig om dit probleem te behandelen.
We vragen je dan ook met aandrang om nauwgezet de instructies van de fertiliteitsarts en de dagelijkse patiëntenmonitoring (DM) op te volgen. Die equipe streeft er immers naar om tot een maximaal aantal kwalitatief goede eicellen te komen met een minimaal risico op ovariële hyperstimulatie.

Belangrijk - geen onbeschermde seksuele betrekkingen

Als PGD-patiënt werd je bij de start van de testontwikkeling al gevraagd om geen onbeschermde seksuele betrekkingen meer te hebben. Daarmee willen we vermijden dat je spontaan zwanger zo je worden, zonder dat het embryo genetisch getest kan worden.
Dat verzoek geldt in nog sterkere mate in deze ‘gestimuleerde’ periode: van de week voor tot één week na de eicelpick-up vragen we om in geen geval onbeschermd te vrijen.

 

Via bloedanalyses volgen we op wanneer we de eisprong kunnen verwachten. Vlak daarvoor prikken we de eierstokken aan met een fijne, holle naald en verzamelen we de rijpe eicellen. Dat noemen we de eicelpunctie, een ingreep die gepaard gaat met een daghospitalisatie.

Verplichte screening op Hepatitis B en C, HIV en syfilis

Conform de Belgische wet op de weefselbanken moet de screening op hepatitis B en C, HIV en syfilis om de drie maanden worden herhaald.
Van iedere patiënt die (reproductief) lichaamsmateriaal afstaat (eicellen, zaadcellen, embryo's) moeten we vóór de start van elke behandeling de meest recente resultaten van de infectieonderzoeken kennen.

 

Bevruchting van de eicellen via ICSI

Voor de bevruchting gebruiken we ICSI: de injectie van één zaadcel in elke eicel. Die bevruchtingstechniek levert immers de meeste embryo’s op en vermijdt problemen bij de uitvoering van de genetische test op de embryonale cellen: van alle verzamelde en bevruchte eicellen ontwikkelt zich negentig procent tot een embryo.

De embryobiopsie

Een biopsie bestaat uit de wegname van een beetje materiaal uit de embryo’s die in vitro zijn ontstaan. Daarbij hebben we (sinds kort) twee opties:

Optie 1
We nemen op dag drie na de bevruchting één (of twee) cel(len) weg om die genetisch te analyseren.
Terwijl de diagnose wordt gesteld op de weggenomen cel(len) gaat in de broedstoof de ontwikkeling van de gebiopseerde embryo’s verder, tot dag vijf.

Optie 2
De introductie van nieuwe technieken maakt het intussen mogelijk om de genetische diagnose pas op dag vijf na de bevruchting uit te voeren. Bij de ontstane embryo’s nemen we dan een stukje trofectoderm weg, wat ons meer cellen en dus meer DNA-materiaal oplevert.
Omdat het meer dan twaalf uur duurt voor we dat materiaal geanalyseerd hebben (en embryo’s beter niet later dan dag 5 of 6 teruggeplaatst worden), vriezen we de gebiopseerde embryo’s in.

Na analyse: mogelijke status van elk embryo

  • ‘gezond’ voor het onderzochte genetisch defect en van goede morfologische kwaliteit;
  • ‘gezond’ voor het onderzochte genetisch defect en van slechte morfologische kwaliteit;
  • embryo vertoont het onderzochte defect en is morfologisch van goede of slechte kwaliteit;
  • in het geval van HLA-typering: HLA-compatibele embryo’s versus ‘gezond’ maar niet HLA-compatibel;
  • geen diagnose gesteld.
De embryo’s die genetisch gezond en van goede morfologische kwaliteit zijn, komen in aanmerking voor plaatsing in de baarmoeder. Die ingreep noemen we de embryotransfer en gaat gepaard met een korte ziekenhuisopname.

Optie 1 & 2– na biopsie op dag 3
We kennen het resultaat van de genetische analyse op dag vijf.

  • Ofwel wordt/worden één of twee geselecteerde embryo(’s) geplaatst in de lopende cyclus en worden de boventallige embryo’s ingevroren.
  • Ofwel worden alle embryo’s ingevroren voor geplaatst in een latere, niet-gestimuleerde cyclus.

Optie 2– na biopsie op dag 5
Alle embryo’s worden ingevroren voor plaatsing in een latere, niet-gestimuleerde cyclus.

Welke embryo’s

  • Alleen embryo’s die na de genetische analyse normaal zijn bevonden, worden geplaatst.
  • Embryo’s die abnormaal zijn bevonden of waarover de genetische analyse niet voldoende informatie geeft, komen niet in aanmerking voor plaatsing. In het uitzonderlijke geval dat we een dergelijk embryo wel plaatsen, teken je daarvoor een apart toestemmingscontract.

Hoeveel embryo’s?

  • We plaatsen één of twee – en soms drie – niet-aangetaste embryo’s terug in de baarmoeder.
  • Dat aantal is gebonden aan de wettelijke voorschriften ter zake. Bepalende factoren zijn je leeftijd (van de vrouw) en de vraag over de hoeveelste behandelingscyclus het gaat.
  • Maar ook de kwaliteit en de genetische status van de embryo’s spelen uiteraard een rol, evenals het aantal beschikbare embryo’s.
Het is mogelijk om alle ontstane embryo’s in te vriezen voor terugplaatsing in een latere cyclus. Maar ook als we een embryo (of twee) terugplaatsen in de huidige cyclus, kunnen we boventallige embryo’s van goede kwaliteit invriezen. Bent u niet van bij de eerste poging zwanger of wil je later nog een kind, dan kunnen we in een volgende cyclus putten uit deze bewaarde embryo’s.

Wat er met eventuele boventallige embryo’s moet gebeuren (invriezen of niet), is jouw/jullie beslissing. Die leg je voor de start van uw behandeling vast in een contract (zie ook bij praktisch).
Ongeveer twaalf dagen na de embryotransfer voeren we een bloedonderzoek uit voor een zwangerschapstest.

Je kan die bloedafname ook laten uitvoeren door je huisarts en de analyse door een laboratorium van zijn of haar keuze. Je moet ons dan wel het resultaat bezorgen.
Na ongeveer twee weken weet je m.a.w. of een geplaatst embryo zich heeft genesteld in de baarmoeder en je dus zwanger bent.

Als je niet zwanger bent…

Dan krijg je een opvolgingsafspraak bij de fertiliteitsgynaecoloog voor een analyse van je behandeling en om verdere onderzoeks- en behandelingsmogelijkheden te bespreken.

Als je zwanger bent…

Dan voorzien we nog een echografische controle, zes à zeven weken na de embryotransfer.
Ook deze controle kan je elders laten doen, maar opnieuw vragen we dat je ons de resultaten bezorgt.
Daarna voorzien we nog een consultatie in de PGD-kliniek om je zwangerschap te bespreken. We bekijken dan meteen of je ter controle een prenatale diagnose wenst (vlokkentest of vruchtwaterpunctie).