Laatste update: 22/05/2017

Voortraject

PGD richt zich specifiek tot mensen met kinderwens.
Het gaat om wensouders – al dan niet met een fertiliteitsprobleem – die een verhoogd risico hebben om een genetische afwijking door te geven aan hun kinderen.
Ook wensouders die als gevolg van een genetisch probleem verminderd vruchtbaar of onvruchtbaar zijn, behoren tot de doelgroep van PGD.


Consultaties: een goede voorbereiding is het halve werk

Elke PGD-behandeling begint met twee consultaties (soms drie), bij:
  • de arts-geneticus, in het bijzijn van de PGD-coördinator,
  • de fertiliteitsgynaecoloog, en
  • eventueel de pyscholoog.

Zijn alle beoordelingen positief, dan verzamelen we de nodige bloedstalen om een PGD-test te ontwikkelen voor de genetische analyse van de embryo’s.

Nadat de PGD-test is ontwikkeld, kom je opnieuw op consultatie:

De arts - een klinisch geneticus (of erfelijkheidsdeskundige) - gaat na of de voorwaarden voldaan zijn om een PGD-test te kunnen ontwikkelen. Zij zal ook de bestaande onderzoeksresultaten doornemen van jezelf, je partner en van familieleden.

Als je in aanmerking komt voor de behandeling, spreek je aansluitend met de PGD-coördinator en/of een sociaal-verpleegkundige (zie hierna, informatiegesprekken).

Wat kan je zelf doen om deze consultatie efficiënt te laten verlopen?

  • Breng zoveel mogelijk informatie mee over de genetische aandoening, zoals resultaten van genetische testen en brieven van artsen.
  • Andere informatie die je ons kan bezorgen of die we samen in kaart zullen brengen:
    • de medische familiestamboom van minstens twee generaties, maar beter vier: je eigen generatie (met eventuele broers en zussen), die van je ouders, die van je reeds geboren kinderen en eventueel die van je grootouders;
    • de naam en geboortedatum van familieleden met de genetische aandoening;
    • eventuele klinische en/of genetische verslagen van de familieleden die de aandoening hebben.

Vaak gestelde vraag

Waarom hebben jullie stalen van onze familieleden nodig?

Na afloop van de consultatie geven we aanvragen mee voor bloedanalyses, voor jou/julliezelf en eventueel voor familieleden.

  • Jouw/jullie bloedafnames worden in UZ Brussel uitgevoerd. Ook de analyse ervan gebeurt doorgaans binnenshuis.
  • Familieleden van wie we een bloedanalyse nodig hebben, kunnen bij de huisarts terecht voor de bloedprik en bij een extern labo voor de analyse. De huisarts zal ons dan de resultaten bezorgen.

 

De fertiliteitsgynaecoloog beoordeelt of je aan de voorwaarden voldoet om een IVF-behandeling te kunnen ondergaan.
Ter voorbereiding van deze consultatie kan je een uitgebreide vragenlijst invullen, die je kan downloaden – één voor de vrouw, één voor de man – op de website www.crg.be.
Als het enigszins kan, ontvangen wij de ingevulde vragenlijsten graag van tevoren.

De fertiliteitsgynaecoloog onderzoekt hoe het staat met jullie (beider) vruchtbaarheid en vraagt daarvoor een aantal (bloed- en andere) onderzoeken aan.

In bepaalde gevallen is er ook een psychologische consultatie voorzien.
Dat is zo:

 

In aansluiting op de eerste consultatie bij de arts-geneticus (zie hiervoor) spreek je met de PGD-coördinator en/of een sociaal-verpleegkundige.

Zij zal/zullen de praktische gang van zaken overlopen en het PGD-toestemmingscontract met jullie doornemen. Dat contract moeten jullie later ondertekenen vóór we met de behandeling kunnen starten.

Nadat de PGD-test is ontwikkeld, kom je opnieuw op consultatie bij de arts–geneticus en de fertiliteitsgynaecoloog. Dit keer staat daarnaast een belangrijk en uitgebreid gesprek met de fertiliteitscounselor op het programma.

Die laatste zal het voorgeschreven behandelingsschema overlopen.
Ook de juridische en praktische aspecten van de PGD-behandeling komen aan bod, zodat je voldoende geïnformeerd de nodige contracten kan ondertekenen.
Omwille van deze focus op de praktische gang van zaken vindt het counselorsgesprek best zo kort mogelijk voor de eigenlijke behandeling plaats.